coalitiecultuur doorbreken

Coalitiecultuur loopt vast ondanks kiesdrempel

Er werd vanaf de parlementsverkiezingen van 2003 een kiesdrempel ingevoerd om diversiteit in het parlement tegen te gaan en zo makkelijker meerderheidscoalities te kunnen vormen, maar het effect blijkt nu uitgewerkt.

De oorzaak is niet ver te zoeken. De kiezer heeft nog slechts keuze tussen een ondemocratische coalitiecultuur enerzijds en protestpartijen PVDA & VB anderzijds. Meer en meer mensen keren zich af van de huidige politiek: het aantal blancostemmers en thuisblijvers stijgt, samen met het aantal uiterst linkse en rechtse kiezers. De afkeer en het democratisch deficit zijn ondertussen zo groot dat meerderheidscoalities zelfs geen meerderheid van de kiesgerechtigden meer vertegenwoordigen. Zo vertegenwoordigde de coalitie achter regering Michel I slechts 44 % van de kiesgerechtigden.

België staat op dat vlak niet alleen. Ook in andere EU-lidstaten botst de coalitiecultuur op haar limieten en worden er minderheidscoalities gevormd.

Meerderheidscoalities zijn niet democratisch

We zijn er in België mee opgevoed dat na verkiezingen politieke partijen een meerderheid vormen die dan vervolgens een regering aanduidt met ministers die enkel komen uit haar eigen rangen. Het wordt tijd om deze politieke cultuur te verlaten want ze is om verschillende redenen ondemocratisch.

Besluitvorming wordt gekaapt: parlement wordt buiten spel gezet

Stel u even voor dat u in een oudervereniging zit met 11 leden en dat er 6 leden tijdens de vergadering zeggen : “wij gaan de komende 5 jaar een meerderheidscoalitie vormen”. Zij gaan vervolgens naar buiten, bedisselen alles onder elkaar en komen dan in de vergadering hun standpunten erdoor drammen. Zij komen elke maand bijeen om af te spreken wat ze in de oudervereniging gaan doordrukken. Welnu, dat is de definitie van een meerderheidscoalitie.

In een coalitiecultuur worden beslissingen buiten het parlement genomen. Door partijvoorzitters in een bestuursakkoord, door de regering (uitvoerende macht) in ministerraden of interkabinettaire werkgroepen. Het parlement wordt zo gedegradeerd tot een stemmachine.

Geen vrije concurrentie van meningen

Neem terug het voorbeeld van de oudervereniging. Daar komt iedereen op voor zijn mening. Meningen kunnen elkaar aanvullen, bijgesteld worden, met elkaar concurreren. De mening met het grootste draagvlak haalt het uiteindelijk. In een normale democratische besluitvorming is er dus vrije concurrentie van meningen.

In een coalitiecultuur is dit niet zo. Parlementsleden en politieke fracties van een meerderheidscoalitie komen niet op voor de ideeën van hun partij, maar schikken zich naar afspraken uit bestuursakkoorden en de meerderheidscoalitie. Dit tot frustratie van de parlementsleden van de coalitie. Herinner u het migrantenstemrecht die de OVLD parlementsleden in 2004 tegen hun overtuiging goedkeurden wat leidde tot ruzie en verdeeldheid binnen die partij.

Vergelijk het met de economie. In een vrijemarkteconomie streeft men naar vrije concurrentie. Als bedrijven coalities (kartels) maken om de prijzen te manipuleren, krijgen ze forse boetes van de EU. Als in een parlement poltitieke partijen coalities maken om de besluitvorming te manipuleren, dan vinden we dat blijkbaar normaal. Een coalitiecultuur is daardoor trouwens een speeltuin voor lobbyisten. Zij moeten immers geen meerderheid in het parlement trachten te overtuigen. Eén partij uit de coalitie in hun zak is al voldoende om besluitvorming te sturen.

Geen scheiding der machten

Scheiding der machten betekent dat een persoon of organisatie geen invloed mag hebben in twee machten tegelijk (uitvoerende en wetgevende macht). Het principe werd bedacht door filosoof Montesquieu. Tout serait perdu, si le même homme, ou le même corps des principaux, ou des nobles, ou du peuple, exerçaient ces trois pouvoirs: celui de faire des lois, celui d'exécuter les résolutions publiques, et celui de juger les crimes ou les différends des particuliers. Het dient om machtsmisbruik te voorkomen en is in het bedrijfsleven bekend onder het begrip ‘functiescheiding’; sleutelfuncties mogen niet door dezelfde mensen uitgeoefend worden.  Ook prof. Vincent Engel kaartte dit in 2015 al aan tijdens een colloquium in de Senaat rond represenatieve democratie.  En hij kreeg daarvoor applaus ...

Door een gebrek aan deze scheiding zijn de partijen die baas zijn in de wetgevende macht eveneens baas in de uitvoerende macht. En dat terwijl de wetgevende macht de uitvoerende macht moet controleren. Kortom, de meerderheidscoalitie controleert zichzelf.

Het uiteindelijk gevolg van een coalitiecultuur is dat niet het maatschappelijk draagvlak of efficiënt bestuur telt, maar vooral politieke belangen, electorale berekeningen en lobbygroepen. Allerlei vormen van netwerkcorruptie (politieke benoemingen, zelfbediening, politieke vetzucht) zijn er deel van.

Minderheidscoalities zijn perfect werkbaar : Denemarken en Canada

Het is duidelijk dat het zo niet verder kan. Vraag is dan hoe het wel zou kunnen. Er zijn in de wereld democratieën die perfect werken zónder coalitiecultuur. Denemarken wordt al decennia lang bestuurd door een minderheidscoalitie met gedoogsteun van één andere partij. Ook Canada kent geen coalitiecultuur. Daar is het de grootste partij, die zelf geen meerderheid heeft, die de regering levert. In beide landen moet de regering in het parlement een meerderheid zoeken als ze wetgeving wil wijzigen. Kortom, daar beslist het parlement, zoals het hoort in een democratie. Het verschil zit hem dus in de maturiteit (of het gebrek eraan) van onze politici.

Gedoogsteun aan een minderheidscoalitie

PRO wil gedoogsteun geven aan een minderheidscoalitie, zowel Vlaams als federaal. De regering zal dan altijd in het parlement een meerderheid moeten zoeken.

Het parlement (wetgevende macht) wordt op die manier sterker tegenover de uitvoerende macht (regering). Zo kan ze ook haar controlefunctie beter uitoefenen.